Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik één keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Beoordelingsformulieren, checklists en schema’s

Openingsvensters en hulpbestanden

 

 

Zakelijke taal

Interactief ZCN

 

 

Taalkwesties

 

 

 

Communicatie

Kranten en tijdschriften

 

PERSBERICHT

 

Taal

Als je een persbericht schrijft, moet jij je bewust zijn van het doel waarmee je schrijft. We noemen dat ook wel het schrijfdoel. Daarnaast moet jouw persbericht aansluiten bij de leefwereld van je lezers: het referentiekader van je doelgroep. Uiteraard schrijf jij het persbericht in correct Nederlands en je doet het zodanig, dat je lezers het fijn vinden je tekst te lezen.

 

Theorie persbericht

Soms willen individuen of vertegenwoordigers van organisaties de lezers van een krant wijzen op een belangrijk standpunt of een komende gebeurtenis. Als zij vrezen dat een krant daar geen aandacht aan schenkt, willen zij een persbericht in een krant plaatsen. Zo’n persbericht is een stuk dat iemand schreef die geen journalist is, maar die het schreef op journalistieke wijze. Lees nog maar eens wat er staat bij het krantenartikel.

 

Plaatsingscriteria persbericht

De krant plaatst persberichten kosteloos. De schrijvers ervan krijgen dus “free publicity” voor hun zaak. De redactie van een krant gaat echter niet automatisch over tot het plaatsen van zo’n persbericht. Zij let er o.a. op, dat het:

§          belangwekkend is voor grote groepen lezers;

§          van algemeen belang is;

§          geen reclame bevat (wie reclame wil maken plaatst maar een advertentie);

§          geen commercieel oogmerk heeft;

§          niet gebaseerd is op eigenbelang;

§          wervend van toon is;

§          journalistiek geschreven is;

§          leesbaar en correct geschreven is;

§          niet kwetsend is voor de lezers van de krant

 

Opmerking

Plaats in een persbericht nooit namen, adres- en telefoongegevens van privé-personen.

 

Begeleidende brief

Het verzoek tot het plaatsen van een persbericht wordt gedaan in een brief. Wat het persbericht betreft, er zijn twee mogelijkheden:

§          het persbericht wordt aan de brief als bijlage toegevoegd;

§          het persbericht wordt opgenomen in de brief.
In het laatste geval moet je duidelijk maken, waar het persbericht begint en eindigt. Je doet dat door:

¤        bij het persbericht zowel links als recht van de tekst de marges met 0,5 cm te vergroten. Het tekstblok voor het persbericht wordt daardoor smaller.

¤        Midden onderaan het persbericht een kleine lijn te typen.

 


Contactpersoon

Soms heeft een redactie van een krant behoefte aan nadere informatie, voor zij besluit tot plaatsing over te gaan. In een begeleidende brief moet dus altijd staan, met wie een redactie contact kan opnemen om nadere inlichtingen te verkrijgen. Vermeld:

§          naam;

§          functie;

§          adres;

§          telefoonnummer.

 

Embargo

Een persbericht bied je aan een krant aan royaal voor het gewenste tijdstip van plaatsing. Soms kan het zelfs zo zijn, dat te vroege plaatsing vervelende consequenties heeft. In dergelijke gevallen verbied je de krant tot plaatsing over te gaan voor een bepaalde datum. Zo’n verbod heet een embargo. Als je er een noodzaak voor een embargo is, plaats je aan het begin van het persbericht in hoofdletters het woord EMBARGO. Je moet uiteraard ook vermelden op of vanaf welke datum het persbericht geplaatst mag worden.

 

Op de volgende pagina’s tref je als voorbeeld een persbericht aan. Het bericht is integraal overgenomen uit: INFORMATIEBULLETIN

Talenonder­wijs in het mbo

(nummer 3, oktober 1995)

Ik heb het bericht in de briefvorm gegoten.

 


Vereniging Talenonderwijs MBO

Heerendwarsgracht 34

6603 FT  AMSTERDAM

 

Amsterdam, 26 juni 1996

 

NRC Handelsblad

T.a.v. de heer R. Gordijn

Hoofdredacteur Binnenland

Blaak 56

9031 DF  ROTTERDAM

 

Onderwerp: verzoek opname persbericht

 

Geachte heer Gordijn

 

Onlangs hield onze vereniging een belangwekkende conferentie over het talenonderwijs op het mbo. In uw krant besteedt u veel aandacht aan het onderwijs in Nederland, waaronder het middelbaar beroepsonderwijs. Wij zijn dan ook van mening, dat veel van uw lezers geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van de conferentie. Daarom verzoeken wij u het vol­gen­de persbericht op te nemen in uw krant.

 

                                              PERSBERICHT

 

Talenonderwijs in het mbo onder de maat

 

"Gelet op het belang dat aan beheersing van Nederlands en vreemde talen in het be­drijfsleven wordt ge­hecht, is de huidige aandacht in de beroeps­opleidingen volstrekt onvoldoende." Zo luidde een breed gesteun­de stel­ling tijdens de op 6 juni gehouden conferentie talenonderwijs in het mbo.

 

Deze conferentie was belegd naar aanleiding van een onderzoek door het SCO-Kohn­stam Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Dit onder­zoek naar de positie van het Nederlands en vreemde talen in het middel­baar beroepsonderwijs bevat onder meer de resultaten van een enquête on­der 525 talendo­centen. Deze geven veel grond voor de conclusie dat het talenonderwijs in een verdomhoek­je zit. Zestig procent van de bevraagde docenten vindt bijvoorbeeld dat er volstrekt onvoldoende aandacht kan wor­den gegeven aan ver­schillen in taalbeheersing tussen leerlingen. 77 procent van de docenten noemt tijdgebrek als oorzaak. Te­vens is ongeveer de helft van de docen­ten zeer ontevre­den over de kwaliteit van het lesma­teriaal dat voor het taalonderwijs ter beschikking staat en over de kwali­teit van toetsen om leervorderingen vast te stellen. Ook te weinig lesuren en te grote klassen staan hoog op de klachtenlijst van de talendocenten in het mbo.

Het middelbaar beroepsonderwijs is de laatste jaren onderwerp geweest van allerlei wettelijke ver­anderin­gen. Een daarvan is de Wet Sectorvor­ming en Ver­nieuwing in het mbo (SVM) Gevolg hier­van was dat commis­sies uit het bedrijfs­leven en het onderwijs beroepsspecifieke doelen hebben geformu­leerd, per af­zon­derlijke studierichting. Nu blijkt dat deze commis­sies voor de kwaliteit van het talen­onderwijs geen oog hebben gehad. Hun belangstelling ging vooral uit naar de vereisten voor  beroeps­technische vakken. Voor sommige richtingen in het be­roepsonderwijs zijn zelfs in het geheel geen doelen voor het taalonderwijs ge­formuleerd. Talendocenten worden nu makkelijk be­schouwd als sluitpost op de begroting van een school; ze moeten vaak een ander vak doceren dan waarvoor ze zijn opge­leid en zijn bij reorganisaties de eersten die met ontslag bedreigd worden.

Een en ander staat in sterk contrast met het belang dat, volgens vertegen­woordi­gers uit het bedrijfsle­ven, aan goede taalbeheersing wordt gehecht. Ernstig zijn de klach­ten over medewerkers die klanten niet fatsoen­lijk te woord kunnen staan, gebrekkig communiceren en nog geen zin goed op papier kunnen zetten. Ook de internationali­sering ligt veel managers op de lippen. De behoefte aan mbo-gedi­plomeerden met een goede beheersing van vreemde talen is dan ook groot. Een van de alarmeren­de con­clusies die op de conferentie over het talenon­derwijs zijn getrokken, is dan ook dat het bedrijfs­leven kennelijk niet zijn invloed heeft aan­gewend om zich te verzekeren van mbo-afgestudeerden met een goede taalbeheer­sing. Maar ook naar de overheid werd een beschuldigende vinger uit­gestoken; van het onderwijs worden via de wet allerlei vernieu­wingen geëist, maar de voor­waarden daarvoor - op het gebied van leer­materiaal, nascholing van docen­ten, ontwikkeling van toetsten - zijn in het geheel niet vervuld. De gevol­gen van dit halfslachtige beleid worden geheel op de schouders van de individue­le docen­ten geschoven. De meeste moeten in hun vrije tijd op zoek gaan naar lesmateri­aal en zelf toetsen maken. Ook merken talendocen­ten en hun belangen­organisaties dat de verantwoordelij­ken voor het be­roepsonderwijs, zoals het Mi­niste­rie, de Vereniging voor Beroeps­onder­wijs en Vol­wassen Educatie (VBVE) en de Com­missie Onderwijs Bedrijfs­leven (COB) voor kritiek vanuit de onderwijs­praktijk onbe­reik­baar zijn.

 

                                                   **********

 

Voor nadere inlichtingen kunt u tijdens kantooruren telefonisch contact opnemen met de secretaris van onze vereniging, de heer K. van Doornenbal (tel. 020 - 266 06 78).

 

Hoogachtend,

 

Vereniging Talenonderwijs MBO

 

 

 

 

L.G.J. den Jongsteniet

Voorzitter