Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik één keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Openingsvensters en hulpbestanden

Stijl

Interactief ZCN

Grammatica

 

 

foutief beknopte bijzin (FBB)

 

We spreken van een zin, als in een taaluiting een persoonsvorm aanwezig is. De persoonsvorm is dus het kenmerk van een zin.

 

In sommige taaluitingen is de persoonsvorm weggelaten. Er is dus geen sprake meer van een zin. Toch ervaren we die wel als zodanig. Er is grote kans dat je te maken hebt met een beknopte constructie die doorgaans ten onrechte beknopte bijzin wordt genoemd.

 

Kenmerkend voor de beknopte constructie is het ontbreken van:

-     de persoonsvorm;

-     het onderwerp.

Desondanks ervaren we de beknopte constructie als zin. Dat heeft twee oorzaken

:

1                      We kunnen een beknopte con­structie aanvullen tot een zin met:

      -                een persoo­nsv­orm;

      -                het bedoe­lde onderwerp.

  Doordat we die aanvulling vaak in gedachten maken, wekt de beknopte constructie de indruk een zin te zijn.

 

2.    in plaats van een persoonsvorm vinden we in de beknopte con­structie:

       -              voorzetsel + te + infinitief;

                      (Na een uur gewacht te hebben, verliet hij het pa­nd.)

        -              een voltooid deelwoord;

                      (Verdiept in zijn boek, merkte hij niet mijn bin­nen­komst.)

        -              een onvoltooid deelwoord.

                      (Denkend aan zijn vaderland, kreeg de emi­grant last van  hei­mwee.)

Doordat in deze "zinnen" de plaats van de per­soonsvorm (in gedachten) is bezet, wekken deze constructies de indruk zin te zijn.

 

Een beknopte constructies is goed gebruikt, als:

-       het onderwerp uit de zin kan dienstdoen als onderwerp in de beknopte constructie. Da­arom zijn de beknopte con­structies in de voorbeelden correct.

-       de beknopte constructie onmiddellijk achter haar antece­dent (=woord waarop de constructie slaat) staat.

-      (De emigrant, denkend aan zijn vaderland, kreeg last van heimwee.)

 

We spreken van een foutief beknopte constructie, als deze niet voldoet aan de hierboven gestelde eisen. Een foutief beknopte constructie kun je op verschillende manieren verbeteren. Met behulp van theorie en voorbeelden toon ik je dat aan.

 

1      Je verbetert een foutief beknopte constructie door haar tot  een (bij)zin te maken door haar aan te vullen met:

        -              een persoonsvorm;

        -              het bedoelde onderwerp.

       Fout:       Verscholen in een bosje, passeerde mij op enige meters een wild zwijn.*

       Goed:      Terwijl ik in een bosje verscholen zat, passeerde mij op enige meters een wild zwijn.

 


2      Een foutief beknopte constructie kun je soms ook verbeteren door die constructie onmiddellijk achter haar antecedent te plaatsen.
Fout:       De kerstversiering van mijn vrouw, hangend aan de keukenmuur, hing op een

                      gevaarlijke plaats.
Goed:      Mijn vrouws kerstversiering, hangend aan de keukenmuur, hing op een gevaarlijke

                      plaats.

 

3      Als je te maken hebt met een lijdende zin, kun je die be­drij­vend ma­ken. Daar­bij moet je er­voor zor­gen, dat het onder­wer­p uit de zin gelijk is aan het bedoelde onder­werp van de beknopte con­structie.
Fout:       Na gegeten te hebben, werd de afwas gedaan.*

                      De zin betekent: Nadat de afwas gegeten had, werd de afwas gedaan.

       Goed:      Na gegeten te hebben, deed ik de afwas.

       Goed:      Nadat ik gegeten had, deed ik de afwas.

 


Deze verbeteringsmethoden hebben de voorkeur boven de volgen­de, die als ouderwets wordt gezien.

 

3           Plaats de beknopte constructie onmiddellijk ac­hter haar antece­dent.

-            De familiebijbel van mijn oom, staand in de notenhouten kast, is meer dan driehonderd jaar oud.*
Deze zin betekent, dat mijn oom in de notenhouten kast staat!

-            Mijn ooms familiebijbel, staand in de notenhouten kast, is meer dan driehonderd jaar oud.

 

Opmerking.

Soms zijn er andere oplossingsmethoden. Je ontdekt dat in de volgende voorbeelden.

Fout      :         Dronken bracht de politie de man naar het hoofdbureau.*
                      Deze zin betekent, dat de politie dronken was!

Goed     :         De politie bracht de dronken man naar het hoofdbureau.

 

Fout      :         Ingesloten zend ik u de ge­vraagde formulieren.*
Deze zin betekent, dat ik ingesloten ben!

Goed     :         -             Ik zend u de gevraagde formulieren, ingesloten. (ouderwets)

-             Ik zend u de gevraagde formulieren als bijlage.

-             Ik stuur de gevraagde formulieren mee.

 

Fout      :         Bijgaand stuur ik u twee toe­gangsbewijzen.*
Deze zin betekent, dat ik bijgaand ben!

Goed     :         -             Ik stuur u twee toegangsbewijzen, bij­gaand. (ouderwets)

-             Ik stuur u twee toe­gangsbewijzen als bijlage.

-                       Ik sluit twee toegangsbewijzen in.

 

Fout      :         Onderstaand vermelden wij de reden van onze weigering.*
Deze zin betekent, dat wij onderstaand zijn!

Goed     :         In het onderstaande vermelden wij de reden van onze weigering.