Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik één keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Openingsvensters en hulpbestanden

Communicatie

Interactief ZCN

 

Uitgangspunten bij communicatie

 

1        Je kunt niet NIET communiceren.
Alles wat je zegt, wat je schrijft en heel je houding heeft met communiceren te maken. Een houding heb je altijd, daarom communiceer je daar altijd mee. Zodra ik jou zie, communiceer je met mij, of je het nu wilt of niet.

 

2        Je communiceert altijd op twee niveaus:

°                 verbaal (ca. 20%);
Bij “verbaal” moet je denken aan wat je zegt en schrijft.

°                 non-verbaal (ca. 80%).
Bij “non-verbaal” gaat het om je houding.

Uit de vermelde percentages kun je afleiden, dat het in termen van communicatie belangrijker is HOE je iets zegt, dan WAT je zegt. In communicatie zijn houdingsaspecten dus altijd van groot belang. Wees je daarvan bewust.

 

3        Je hebt bij het communiceren altijd invloed.
Jouw woorden, jouw houding roept bij anderen immers altijd een reactie op. Zelfs het negeren van een ander is een reactie, waarmee je een reactie bij de ander oproept. Je hebt dus, of je dat nu wilt of niet, altijd invloed op een ander.

 

4        Je kunt een ander niet veranderen, je kunt alleen jezelf veranderen.

Een ander vernadert zichzelf alleen als hij dat zelf wil. Als je jezelf verandert, kan dat er soms toe leiden, dat ook de ander zich verandert.

 

5        There is no failure (in communication), there is only feedback.
Communiceren is als het weer. Dat onttrekt zich ook aan kwalificaties als goed of slecht. Het weer is een verschijnsel. Communicatie is dat ook. Op dat verschijnsel kun je reageren door feedback te geven.

 

6        Leren = veranderen.
Wie optimaal wil communiceren, moet goed naar zichzelf kijken. Hij moet zich afvragen, of hij met zijn woorden en/of met zijn houding het gewenste effect bereikte. Als dat niet gebeurde, moet hij zich afvragen, wat hij wel moet doen om dat effect te bereiken. M.a.w.: hij moet leren van zijn fouten. Die fouten moet hij verbeteren. Hij moet zich dus veranderen.