Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik n keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Openingsvensters en hulpbestanden

Communicatie

Interactief ZCN

 

LUISTEREN EN FEEDBACK

 

Bij het samenstellen van dit deel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van enige bronnen:

1           J.H.M. Mol en drs. W.A. t Hart: Theorieboek Traject, Zutphen, 1998

2           Frank R. Oomkes: handboek gesprekstraining, Meppel, 1976

3           Windesheim: Hand-out voor deelnemers aan de training communicatieve vaardigheden. Zwolle, 1998

 

Inleiding

Als je goed wilt communiceren, is het van belang te weten, of je boodschap bij de ontvanger overkomt. Begrijpt hij wat jij bedoelde:

q       gaf hij dezelfde betekenis aan de woorden die jij gebruikte?

q       begreep hij de bedoeling van die woorden?

Je kunt daarachter komen, als de ontvanger op je boodschap reageert. Dat heet feedback.

 

Omschrijving begrip feedback

Als een ontvanger informatie geeft over de wijze waarop hij de boodschap ontvangt en interpreteert, noemen we dat feedback.

 

Voordelen feedback:

q       het voorkomen van communicatiestoornissen;

q       het voorkomen van spanningen en irritaties;

q       het verduidelijken van relaties.

Voorwaarden voor een goede feedback:

q       goed, actief luisteren:
zit rechtop, kijk de spreker aan, maak aantekeningen, enz.

q       wil tot goede communicatie;

q       het afgeven van ik-boodschappen;

q       een open, eerlijke en gelijkwaardige relatie tussen de communicatiedeelnemers.

 

Soorten feedback:

q       onbewuste feedback (gapen, verveeld kijken) en bewuste feedback;

q       verbale feedback (iets zeggen of schrijven: Ik vind ....) en non-verbale feedback (houdingen, gebaren, enz.);

q       minimale feedback (een knikje, een hmmmtje) en uitgebreide feedback;

q       directe feedback (onmiddellijk reageren op een spreker) en indirecte feedback (achteraf reageren, bv. door middel van een ingezonden brief).

 

Functies feedback:

q       verduidelijken van inhoud;

q       verduidelijken relaties.
De informatie over elkaars gedrag bestaat uit drie elementen:

q       wat je waarneemt bij de ander (ziet / hoort);

q       de beleving van het gedrag;

q       het effect van dat gedrag op jou (wat brengt het bij jou teweeg?).

 

Voorwaarden feedback:

q       vertrouwen tussen zender en ontvanger;

q       het gevoel dat feedback een belangrijk hulpmiddel is om communicatie te verbeteren;

q       bereidheid van elkaar te leren.

 

Criteria feedback:

q       feedback moet concreet zijn;

q       feedback moet betrekking hebben op specifiek gedrag dat je waarneemt en dat je kunt aanwijzen;

q       feedback moet een beschrijving zijn en geen interpretatie:
Goed : ik zie dat je jouw wenkbrauwen fronst (waarneming).
Fout : je bent het zeker niet met mij eens? (interpretatie).

q       Feedback geef je altijd als een ik-boodschap;

q       feedback geef je onder vermelding van je gevoelens;
Vb. : Ik vind het onplezierig, dat je mij niet aankijkt.

q       feedback geeft de ontvanger waar mogelijk en / of gewenst zo snel mogelijk;

q       feedback moet positief stimulerend zijn. Negatieve feedback kun je positief vertalen:
Fout : Je vertelt het zo saai.
Goed : Ik kan mijn gedachten moeilijk bij jouw verhaal houden.

q       feedback moet de ontvanger ervan stimuleren erop te reageren.

 

Waarop moet je letten, als je feedback ontvangt:

q       vat feedback niet op als een persoonlijke aanval.
Het gaat om kritiek op jouw boodschap of de manier waarop je die brengt. Met die kritiek kun je iets positiefs doen.

q       ga niet onmiddellijk in de verdediging.
Overweeg rustig of de kritiek terecht is en of je er iets aan kunt / wilt doen.

q       vraag door naar de bedoelingen van de feedback.
Vaak wordt feedback helaas vaag en algemeen gegeven. Vraag door om erachter te komen wat de feedbackgever precies bedoelde.

q       toon waardering voor de feedback.
Wie feedback geeft, geeft zich namelijk in zekere zin bloot.