Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik één keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Openingsvensters en hulpbestanden

Communicatie

Interactief ZCN

 

theorie communicatie

 

Communicatie betekent met elkaar in verbinding staan. De behoefte tot communicatie ligt in ieder mens opgesloten. Dat komt omdat de mens een sociaal wezen is De ene mens wil de ander ontmoeten. Hij wil hem boodschappen overbrengen als: “Ik vind jou aardig”, of hij wil hem vragen stellen als “Houd je ook van mij?” Dat doet hij niet alleen mondeling, maar ook schriftelijk. Wie heeft bv. op de lagere school of op het voortgezet onderwijs geen liefdesbriefjes geschreven? Wat wordt er trouwens niet “afgechat” op het Internet. Communicatie zit dus in de mens gebakken.

 

De mens uit zijn behoefte tot contact in allerlei vormen. Ook kunstuitingen kunnen je rekenen tot communicatievormen. D.m.v. een film, een boek, een ballet, een schilderij, een mimestuk, enz., wil de maker ervan met anderen in contact komen. Zijn kunstwerk is zijn medium dat zijn boodschap bevat.

 

Zakelijke communicatie

Ook in het bedrijfsleven is er behoefte aan communicatie. Door de aard van het bedrijfsleven heeft de bedrijfscommunicatie een andere vorm gekregen dan die jij in je dagelijks leven gebruikt. Omdat jij studeert voor een baan in het bedrijfsleven, moet je op de hoogte zijn van de manier waarop men in het bedrijfsleven communiceert: op zakelijke wijze.

 

Zakelijk

Wat verstaan we nu eigenlijk onder dat begrip “zakelijk”? Zakelijke communicatie kenmerkt zich in het algemeen door:

·         het ontbreken van emotionele uitingen;

·         het ontbreken van zaken die niet van belang zijn in het kader van de boodschap die overgebracht moet worden. In verband daarmee gebruiken we de volgende begrippen:
relevante zaken
       =          zaken die in het kader van de boodschap van belang zijn;
irrelevante zaken
     =          zaken die in het kader van de boodschap niet van belang zijn.

·         het ontbreken van fouten die de aandacht van de boodschap afleiden.
Hierbij kun je denken aan fouten op het gebied van:

·         spelling;

·         stijl;

·         grammatica, waaronder zinsbouw;

·         redeneringen;

·         communicatiefouten;

 

Soorten communicatie

We onderscheiden verbale en non-verbale communicatie:

 

·         verbale communicatie;
Onder verbale communicatie
 verstaan we de communicatie die slechts uit taal (geschreven of gesproken woorden) bestaat. Denk daarbij bv. aan een krant, of een mondelinge instructie.

·         non-verbale communicatie.
Bij non-verbale communicatie maak je juist geen gebruik van woorden, maar van lichaamsuitdrukkingen. Denk daarbij maar eens aan het opsteken van je middelvinger, of aan het onderuithangen in je bank. Uit wat de ander ziet, leidt hij gemakkelijk de boodschap af.

 

·          verbale communicatie tegenover non-verbale communicatie
Altijd heb je een bepaalde “houding”. Een ander ziet die. Dan communiceer je dus al. Je communiceert eigenlijk altijd: meer non-verbaal dan verbaal. De non-verbale communicatie is dus zeer belangrijk. In het overbrengen van boodschappen speelt de non-verbale communicatie maar liefst voor ongeveer 80% een rol. Nu weet je meteen, dat het er vaak minder toe doet wat je zegt, dan wel hoe je het zegt.

 

Ook kennen we het onderscheid tussen directe en indirecte communicatie:

·          directe communicatie;
Onder directe communicatie
 verstaan we al de vormen waarbij de ontvanger onmiddellijk kan reageren op de boodschap van de zender. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een (telefoon)gesprek.

·          indirecte communicatie.
Bij indirecte communicatie
 is het direct reageren onmogelijk. Je treft dat aan in bv. correspondentie.

 

Hoe werkt communicatie?

Bij communicatie onderscheiden we twee partijen:

·         de zender;

·         de ontvanger.

Wat er tussen die twee is, noemen we de boodschap.

Als ik mijn vriendin in het oor fluister: “Ik houd van je”, ben ik de zender en is zij de ontvanger. Wat ik haar in het oor fluisterde, is de boodschap.

 

Reversie

Als ik mijn boodschap op het goede moment overbreng, zorgt die meestal voor een reactie. Ik heb de kans dat mijn vriendin mij dan een zoen geeft: een vorm van non-verbale communicatie. Ook zou zij kunnen zeggen: “Ik houd ook van jou”: een vorm van verbale communicatie. Wat voor mogelijkheden er verder nog tussen de geliefden zijn, het gaat erom dat je ziet, dat de rollen omgedraaid zijn: mijn vriendin is nu de zender geworden en ik ben de ontvanger van haar boodschap. Zo’n omdraaiing heet een reversie.

 

Decoderen van de boodschap

Ik heb nu wel gemakkelijk gezegd, dat ik haar “Ik houd van je” in het oor fluisterde, maar in wezen bracht ik slechts van elkaar verschillende geluiden over. Die ontcijferde zij tot de boodschap: “Ik houd van je.” Dat ontcijferen van geluiden of tekens tot een boodschap heet decoderen.

 

Interpretatie

Nu denk je misschien, dat dit decoderen niets voorstelt. Dat is slechts soms waar. Als ik de woorden “Ik houd van je” ironisch laat klinken, duwt zij mij misschien wel bij zich vandaan en valt er niets te vrijen. Zij heeft mijn woorden dus terecht negatief geďnterpreteerd.

 

De geluiden die ik voortbracht, zijn dus niet neutraal, maar ze hebben een lading. Die moeten geďnterpreteerd worden. Dat geldt ook voor de houding die ik aanneem.