Met de onderstaande hyperlinks surf je naar onderdelen die je hulp bieden bij de volgende tekst.

Klik één keer op de hyperlink en sluit na gebruik de vensters.

 

Openingsvensters en hulpbestanden

Grammatica

Interactief ZCN

 

Zinsdeel lijdend voorwerp (LVW)

 

Hoe vind je het lijdend voorwerp?

 

Vooraf

Zoek altijd eerst (de persoonsvorm en) het onderwerp. Dat zinsdeel kan dus geen lijdend voorwerp meer zijn. Je hebt je keuzemogelijkheden dus beperkt. Die kun je verder beperken. Niet in elke zin hoeft namelijk een lijdend voorwerp voor te komen. In de volgende typen zinnen staat nooit een lijdend voorwerp:

§          in zinnen met een koppelwerkwoord;

§          in zinnen die in de lijdende vorm staan.

 

Verder moet je weten dat een lijdend voorwerp niet met een voorzetsel begint. Zinsdelen die met een voorzetsel beginnen, komen dus ook al niet meer in aanmerking voor de benaming lijdend voorwerp.

 

Vindmethoden

We kennen een drietal vindmethoden. Welk van de methoden je ook toepast, je moet steeds hetzelfde antwoord krijgen. Gebruik dus ten minste twee methoden om je benoeming te controleren.

 

We onderscheiden de volgende methoden:

§          de van-het”-methode;

§          de “wat-OND-is”-methode;

§          de vraagmethode.

 

Methode 1: de van-het-methode

1.        stel vast wat het hoofdwerkwoord uit de zin is en maak dat tot een heel werkwoord (INF);

2.        zet daarvoor het woord “het” en erachter het woord “van”

3.        vul in het zinsdeel dat daarachter hoort te staan.
Dat zinsdeel is het lijdend voorwerp.

 

Toepassing

Zin                               :           Gisteravond heb ik een nieuwe harde schijf ingebouwd.

PV                               :           heb

Zinsdelen                      :           /Gisteravond/ heb/ ik/ een nieuwe harde schijf/ ingebouwd/.

Hoofdwerkwoord            :           inbouwen

Toevoegingen                :           het inbouwen van?

Antwoord                      :           een nieuwe harde schijf

Conclusie                     :           LVW = een nieuwe harde schijf

 

Methode 2: de wat-OND-is-methode

1.        stel vast wat het onderwerp is;

2.        stel vast wat het hoofdwerkwoord uit de zin is en maak dat tot een werkwoord in de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.);

3.        zet daarvoor het woord “wat” en het onderwerp en zet erachter het woord “is”;

4.        vul in het zinsdeel dat daar nu achter hoort te staan.
Dat zinsdeel is het lijdend voorwerp.

 

Toepassing

Zin                               :           Gisteravond heb ik een nieuwe harde schijf ingebouwd.

PV                               :           heb

Zinsdelen                      :           /Gisteravond/ heb/ ik/ een nieuwe harde schijf/ ingebouwd/.

Hoofdwerkwoord            :           inbouwen

Toevoegingen                :           wat ik inbouwde is?

Antwoord                      :           een nieuwe harde schijf

Conclusie                     :           LVW = een nieuwe harde schijf

 

Methode 3: de vraagmethode

 

1.        stel vast wat het onderwerp is;

2.        stel vast wat het hoofdwerkwoord is en zet dat in de o.v.t.;

3.        maak nu een vraag volgens het patroon “wat – hoofdwerkwoord (o.v.t.) – OND?
Het antwoord op de vraag is het lijdend voorwerp.

 

Toepassing

Zin                               :           Gisteravond heb ik een nieuwe harde schijf ingebouwd.

PV                               :           heb

Zinsdelen                      :           /Gisteravond/ heb/ ik/ een nieuwe harde schijf/ ingebouwd/.

Hoofdwerkwoord            :           inbouwen

Toevoegingen                :           wat bouwde ik in?

Antwoord                      :           een nieuwe harde schijf

Conclusie                     :           LVW = een nieuwe harde schijf

 

Slotopmerking

Je kon vaststellen, dat elke methode hetzelfde resultaat opleverde. Ik mag er dus zeker van zijn, dat het gevonden lijdend voorwerp het echte lijdend voorwerp is.