De snoezelruimte

Muriel Borst - ROC van Flevoland

Een aantal jaar geleden gingen we met een groep SAW-studenten en een drietal collega's, onder de vleugels van ‘Out of Area’, naar Bosnië. De reis ging met het vliegtuig vanaf het militair vliegveld Eindhoven naar Banja Luka, en verder met de bus door voormalig oorlogsgebied. Huizen die in de oorlog in puin waren geschoten waarvan de ruïnes nog stonden, de primitieve infrastructuur. Dat alleen was al enorm indrukwekkend voor onze studenten die zonder oorlog en ontberingen zijn opgegroeid. 

De deelnemende studenten zaten in het eerste jaar van hun opleiding en vele van hen hadden nog geen idee welke richting ze met hun studie op wilden.

In Bosnië gingen we werken in een instelling voor verstandelijk (en in sommige gevallen fysiek) beperkte kinderen en volwassenen. De instelling waar we terecht kwamen was door de oorlog teruggeworpen op een medisch zorgmodel dat op ons antiek overkwam en door veel van de studenten bijna als barbaars werd ervaren. Maar (medisch) geschoold personeel was zeldzaam, de mensen die er werkten konden niet anders dan hun cliënten voor de nacht met medicatie te verdoven en alleen te laten, zodat er totaal onduidelijk was, wat er zich dan afspeelde in de slaapzalen. Wat ons wel helder was, was dat het personeel zich het vuur uit de sloffen liep en probeerde er het beste van te maken.

Als begeleidende docenten hebben we met ons drieën de hele week geprobeerd ons emotioneel niet te sterk te laten raken door alle ellende die we om ons heen zagen. We moesten klaarstaan voor de studenten die mee waren. Mijn manier om me staande te houden, was door ongeveer alles te filmen. Door een schermpje tussen mijzelf en de werkelijkheid te houden, kwam die werkelijkheid veel minder hard binnen. Elke nacht werd er op onze hotelkamerdeur geklopt en zat ik wel een uurtje met een van de studenten op de trap om te luisteren en ze stoom af te laten blazen. Ik lag namelijk het dichtst bij de deur en hoorde het kleinste geluidje. 

Op de derde dag waren we in een dependance van de instelling, waar meervoudig complex gehandicapte cliënten lagen. Op de bovenverdieping van dat gebouw lagen tbc-patiënten. Daar mochten we dus niet komen.

In een klein zaaltje lagen jonge mensen, die op hun vijfde in een ledikantje waren gelegd en vervolgens naar het formaat van het bedje vergroeid waren. Een aantal van hen was met hun T-shirtmouwen vastgebonden, omdat ze anders gingen automutileren. Met deze cliënten zijn we naar de snoezelruimte gegaan, een kamer die tot in de puntjes was ingericht door een Nederlandse firma, maar die als voorraadkamer gebruikt werd, omdat er de mankracht niet voor was om individueel met de cliënten aan de slag te gaan. Met drie studenten en vier cliënten gingen we aan de slag. Ik legde de camera weg en ging ook zitten. De jonge vrouw die voor me op het waterbed lag, had haar handen langs haar lijf gebonden en lag met opgetrokken benen. Ze was aan het knarsetanden. Ik begin haar schouders te masseren en maakte haar armen los. Het knarsetanden ging over in zachte geluidjes. Ze ontspande haar armen. Ik masseerde haar armen en ineens ontspande ze volledig en begon te lachen. Eerst heel zachtjes en toen steeds harder, zo'n ontspannen schaterlach die onder uit haar buik leek te komen.

In de deuropening van de snoezelruimte stond op dat moment de jonge fysiotherapeut die die dag voor het eerst aan het werk was op die locatie. Ik keek hem aan met tranen in mijn ogen en zag dat hij ook sterk ontroerd was. 

De drie studenten die bij me in de ruimte zaten, zaten ook te slikken. 

Nadat we de cliënten weer terug hadden gebracht naar hun te krappe bedjes, kwam de fysiotherapeut naar ons toe. Hij zei dat hij voortaan zijn behandelingen in de snoezelruimte zou gaan doen.

Toen we teruggingen naar Nederland, wist een deel van de studenten welke uitstroomrichting ze zouden gaan kiezen. Al deze mensen zijn afgestudeerd in de gehandicaptenzorg en daar nu ook aan het werk. 

Het jaar na deze Bosnië-reis kwam ik weer met een groep op de instelling. Toen ik met een groepje studenten door de instelling liep en in de snoezelruimte naar binnen keek, zat de fysiotherapeut er een cliënt te behandelen, terwijl er twee andere cliënten op het waterbed lagen te ontspannen. Hij begroette me met een grote lach en een hartelijke knuffel...