Zij-instromers

P. Wierenga - GSG Guido de Brès

Je maakt wat mee in het onderwijs, het begon al toen ik nog niet eens een onderwijzer was. Dat kwam zo. Op een goede dag werd ik ontslagen en dat is zo'n moment dat je gedwongen wordt na te denken over het hoe nu verder.
Een paar maanden eerder was een zacht sluimerend vermoeden ontstaan dat het onderwijs iets voor mij zou kunnen zijn toen ik een collega hoorde telefoneren met een klant. Die vertelde dat hij na een aantal jaren in het bedrijfsleven ging lesgeven aan een technische school. Dat was nog eens een elegante loopbaanwending. Verder gingen mijn gedachten toen niet. Dat ik onderwijzer zou worden leek me net zo geweldig als onwaarschijnlijk.

Maar al solliciterend ontdek ik de wet op de zij-instroom en struikel over een vacature voor een techniekdocent. Ik bel om wat extra informatie te vragen. De locatiedirecteur neemt op en het gesprek loopt binnen enkele minuten uit op een uitnodiging om eens langs te komen voor een bezoekje en een rondleiding. Dat was immers beter voor de beeldvorming dan een telefoontje. Ik leg mijn eerste opzet voor een sollicitatiebrief aan de kant. Dat kan wel wachten tot na het bezoek.

De directeur ontvangt mij in zijn kantoor dat 'de stuurhut' heet en we raken aan de praat. Het bevalt me best, zo'n oriënterend bezoek. De koffie is prima en de sfeer ontspannen. ‘Dus, neem je de baan?’ Ik kijk wat wazig terug in het opgewekte gezicht van de directeur. Hij bedoelde het nog serieus ook.

Mijn loopbaanwending was zo abrupt dat ik bijna uit de bocht vloog. Met piepende stembanden bracht ik iets uit dat positief werd opgevat en de beloofde rondleiding kreeg min of meer het karakter van een inwerksessie.

We gaan trap op en weer trap af, gang links, gang rechts. Dit is de aula, hier zit de huismeester en dit is het technieklokaal. Diep in het souterrain lopen we een groot lokaal in met werkbanken, machines, gereedschapwanden en leerlingen die druk bezig zijn met praktische werkstukken. Ik word voorgesteld aan de techniekdocent die al snel weer is opgeslokt door de doceerdynamiek. Terwijl ik wat rondkijk begin ik me bijzonder thuis te voelen. Dit is een plek waar ik mijn vaardigheden en kwaliteiten kwijt kan.

Dan komt de techniekdocent binnenlopen met een iets te kalm gezicht en iets te vlugge tred. Hij houdt één hand omhoog en klemt met zijn pols stevig af. Ik vang het woord 'cirkelzaag' op.

Alles gaat nu heel vlug, de locatiedirecteur ontfermt zich ogenblikkelijk over zijn docent, samen verdwijnen ze richting de spoedeisende hulp. ‘Je redt je wel even met ze, de les is zo voorbij, alleen nog even corvee.’ Daar sta ik dan, midden tussen leerlingen die een lokaal opruimen. Voor het idee loop ik wat rond, wijs eens links en rechts, en doe voornamelijk mijn best om de indruk te wekken de situatie volledig meester te zijn. Als je dat overtuigend genoeg doet zorgt de omgeving er meestal wel voor dat dat ook werkelijk gebeurt.

En zo werd ik meer een zij-instormer dan een zij-instromer in het onderwijs.

Deze maand vier ik tot mijn grote verbazing mijn 12,5 jarig jubileum als onderwijzer. En ik sta nog steeds in datzelfde lokaal en denk: ‘Dit is een plek waar ik mijn vaardigheden en kwaliteiten kwijt kan.’

(Met die techniekdocent is het ook goed gekomen hoor, hij heeft al zijn vingers nog. Eén duim heeft alleen een plat kantje.)