Hoe is het gesteld met het rekenniveau van úw cursisten?

05 mei 2009
De teleurstellende resultaten ten aanzien van het reken- en wiskundeonderwijs in Nederland zijn veelvuldig in het nieuws. Ook weten onderwijs en bedrijfsleven niet wat ze van onze leerlingen/schoolverlaters kunnen verwachten. De politiek maakt zich ernstig zorgen over ons rekenniveau.
 
Uit onderzoek blijkt dat basisscholen nog slechter zijn in rekenen dan in taal, onderwijsbegeleiding voor rekenonderwijs nauwelijks wordt ingeschakeld en goede rekenaars nauwelijks worden uitgedaagd. Ook het rekenniveau van studenten op hogescholen is beneden peil. Het rekenniveau van PABO-studenten staat al jaren in de belangstelling, maar uit onderzoek blijkt dat ook in andere sectoren het niveau te laag is. In opgaven die aansluiten bij het niveau van slimme scholieren in groep 8 van het basisonderwijs, beantwoordden de hbo-studenten slechts 18 van de 33 opgaven goed.
 
Test uw rekenkennis op www.benjegoedinrekenen.nl!
bron:
http://klasonline.maakjestart.nl
 
De commissie Meijerink heeft voor de gehele schoolcarrière het rekenniveau in kaart gebracht. Deze doorlopende leerlijn rekenen moet ervoor zorgen dat leerlingen de drempels bij overgangen tussen basisonderwijs, middelbaar onderwijs en beroepsonderwijs makkelijker kunnen nemen. Tevens bieden de rekenniveaus docenten houvast; ze weten waar ze met hun leerlingen naartoe kunnen werken en waar ze op voort kunnen bouwen. De commissie heeft de staatssecretaris van onderwijs Van Bijsterveldt geadviseerd om het rekenniveau op te krikken door tussentijds de rekenprestaties van leerlingen te toetsen. Vanaf 2010 wordt er dan ook een centraal examen Rekenen ingevoerd op het mbo.
 
Uit diverse overleggen met docenten uit het mbo-onderwijs en met onderwijsgelieerde partijen zoals het Freudenthal Instituut komt naar voren dat het rekenonderwijs in het mbo op de volgende manier vorm zal gaan krijgen:
 
Maatwerk
Het rekenniveau van leerlingen op het mbo is zeer heterogeen. Om te zorgen dat leerlingen niet worden vermoeid met veel te makkelijke opgaven en dat leerlingen niet worden gedemotiveerd met veel te moeilijke opgaven, moet het leermiddel individuele leertrajecten kunnen bepalen. Dit kan betekenen dat diagnostische toetsen bepalen welke onderwerpen de leerling moet doorlopen om zijn deficiënties weg te werken.
 
Zelfstandig werken
Op het mbo is er nauwelijks ruimte in de lessentabel voor extra wiskunde-uren. Tevens zijn er meestal geen docenten met een wiskundebevoegdheid aanwezig. De leerling moet zelfstandig met een rekenmethode aan de slag kunnen. De docent moet de vorderingen van zijn leerlingen kunnen volgen zodat tijdig kan worden ingegrepen. Rekenen leent zich uitstekend om digitaal af te nemen en is daardoor overal te benaderen door leerling en docent.
 
Succesbeleving
Deze groep leerlingen heeft waarschijnlijk al jaren op dezelfde wijze rekenonderwijs gevolgd en heeft nooit het aha-moment kunnen beleven. Belangrijk is dat een leermiddel duidelijke uitleg geeft, bijvoorbeeld in de vorm van stappenplannen die bij correcte uitvoering altijd tot het juiste antwoord leiden. Tevens moeten er veel drill-and-practice-oefeningen op gelijk moeilijkheidsniveau worden aangeboden. Dit zorgt ervoor dat uw leerlingen bij Rekenen weer succes beleven!
 
Uitdagend
Rekenen doen we allemaal iedere dag. Leerlingen kunnen vaak meer dan ze denken! Door het dagelijks leven en de toekomstige beroepspraktijk als uitgangspunt te nemen, gaan leerlingen dit beseffen en worden ze uitgedaagd om hun rekenvaardigheid verder te ontwikkelen. Ze zien immers waarvoor ze Rekenen nodig hebben. Digitale spellen in een leermiddel zullen een extra uitdagend element kunnen zijn.
 
Vanaf schooljaar 2009-2010 biedt Uitgeverij Edu'Actief b.v. de digitale, adaptieve methode Rekenpraktijk aan om mogelijke deficiënties van uw leerlingen op het gebied van Rekenen weg te werken. Bij de ontwikkeling van de methode zijn bovengenoemde punten als uitgangspunt genomen.
Bent u benieuwd hoe het gesteld is met uw eigen rekenniveau?