Digitale leeromgeving op maat

21 april 2009
 
 
De minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, stuurde rond Kerstmis 2008 een belangrijke boodschap onderwijsland in. Hij meldde dat, in zijn visie, elke school (docent) zijn eigen leermiddelen zou moeten maken. Hij noemde daar een aantal redenen voor:
 
In samenspraak met managers, docenten en koepelorganisaties is de leeromgeving tot stand gekomen. Elke docent kan nu maatwerk realiseren voor elke leerling.
Een digitale leeromgeving moet inspelen op eisen, wensen en suggesties van zijn gebruikers. Dat geeft de volgende aandachtspunten bij de ontwikkeling van een dergelijke leeromgeving:
 
1. Een leeromgeving die past en die zelf op maat gemaakt kan worden.
2. Een faciliterende leeromgeving. De docent organiseert zelf het onderwijs op basis van zijn eigen visie. Inderdaad, een digitale leeromgeving maar echte communicatie is en blijft essentieel. De leeromgeving biedt structuur, overzicht, handvatten en schept daarmee de tijd en rust om gericht leerlingen individueel te begeleiden. Leerlingen die trajecten op maat kunnen volgen. Los van klassensystemen of andere min of meer kunstmatige indelingen. De leeromgeving schept de mogelijkheid om onderwijskundige innovaties toe te passen, maar dat hoeft niet. De leeromgeving kan ook ingezet worden in een meer traditionele onderwijsorganisatie.
3. Koepelorganisaties van scholen en andere betrokken organisaties moeten voortdurend bij de ontwikkelingen betrokken zijn en achter de keuzes staan die worden gemaakt. Dat is ook van toepassing op functionarissen die de implementatie van de digitale leeromgeving uitvoeren of daarbij ondersteunen. Zoals Edu'Totaal.
4. Een goede digitale leeromgeving is webbased en voorzien van een systeem om materialen te uploaden, te downloaden en te bewerken. Voor aanbieders en afnemers heeft dat het voordeel dat het altijd mogelijk is om direct aanpassingen te doen. Scholen kunnen ook eigen content inbrengen. En zelfs materiaal van de uitgeverij naar de schoolkant van het systeem overbrengen en lokaal bewerken. Zodoende wordt optimaal maatwerk mogelijk!
5. Een digitale leeromgeving is flexibel en houdt rekening met de verschillende taalniveaus van de leerlingen. Er is dus optimale differentiatie mogelijk.
6. Als gesproken wordt van een digitale leeromgeving (en niet: methode), dan hoort daar ook een leerlingmeet- en -volgsysteem bij. Niet zozeer een toets- en beoordelingssysteem maar een continu meelopende meter die leerling, docent en (bijvoorbeeld) ouders en stagebegeleiders een beeld geeft van de stand van zaken bij die leerling. Er is ook steeds zichtbaar welke competenties nog verbeterd kunnen worden. Dus niet: wat de leerling niet kan