Waarom ben je ooit docent geworden?

25 november 2008
Waarom ben je ooit docent geworden?
 

Deze vraag stelde ik een tijdje geleden aan een docent. 'Ik wilde met jongeren werken', zei de docent. 'Ik geniet nog steeds van de omgang met de jongeren. Maar ik heb daar steeds minder tijd voor, lijkt het wel. Ik ben een halve dag bezig met alle administratieve klussen die het docent-zijn met zich mee brengt.'

  
Op de terugweg naar Meppel dacht ik hierover na. Het kost erg veel tijd om alles wat je bij leerlingen ziet, meet en met ze bespreekt, bij te houden. De deskundigheid die nodig is voor de vertaling van de leervraag van de leerling naar een passend antwoord, een goede leerroute, ligt bij de docent. Echter, de manier waarop dit alles vorm gegeven moet worden vraagt in deze competentiegerichte tijd een hoop administratieve en digitale kennis. Gegevens invoeren in het leerlingvolgsysteem, het ELO vullen met het juiste materiaal, gespreksverslagen maken, studiewijzers ontwerpen, projecten bedenken, wanneer geef je nog les? Wordt het tijd voor administratieve ondersteuning voor de docent?
 
Een andere docent gaf als antwoord op de vraag uit de titel: 'Ik ging voor het vak. En het vak overbrengen was belangrijk voor me. Maar nu moet ik in gesprek met de leerlingen. Ik heb veel te maken met hun problemen en die problemen maken het vaak heel lastig om nog op een 'normale' manier les te geven. Ik ben meer groepsleider geworden dan dat ik docent kan zijn. Niet dat ik dat niet leuk vind hoor.'
De problemen die leerlingen met zich mee brengen in de klas beslaan een steeds groter onderdeel van de werkzaamheden van de docent. Leerlingen met rugzakjes, leerlingen zonder rugzakjes, maar met weinig sociale vaardigheden, leerlingen met grote problemen tijdens hun schoolperiode. Wat vraagt dat van je als docent? Heb je altijd genoeg bagage om op een goede manier te kunnen reageren?
 
Waarom je ooit docent geworden bent is een interessante vraag om jezelf regelmatig te stellen. Zeker in het competentiegericht onderwijs van nu. Deze onderwijsontwikkeling eist van docenten dat vaardigheden van docenten op bepaalde onderdelen van hun vakgebied behoorlijk aangescherpt moeten worden. Vaardigheden die nodig zijn om mét de leerlingen van nu het onderwijs vorm te geven. Natuurlijk heb je nog gewoon te maken met een klas, een groep, een lessituatie. Maar daarbinnen gebeurt heel veel.
 
Heb je als docent de bagage die nodig is om leerlingen te ondersteunen met de keuzes die zij moeten maken? Leerlingen moeten op jonge leeftijd al keuzes maken voor een opleiding, een beroep, terwijl zij zelf nog geen idee hebben wat zij zouden willen worden. Om keuzes te kúnnen maken heb je ervaring nodig. Ervaring op basis waarvan keuzes jouw keuzes worden. Aan deze patstelling is niet echt iets te doen. Het volgen van stages geeft wel ervaringen, maar deze horen dan al bij een bepaald beroepsbeeld. De ervaring komt dan pas na de keuze.
 
Wat brengt leerlingen in beweging? Wat brengt docenten in beweging? Om uiteindelijk samen mooi onderwijs te kunnen maken, is een samenspel van deze twee partijen de enige manier die ook recht doet aan beide partijen. De docent heeft de rol van vormgever. Hij weet wat de leerling nodig heeft om een beroepsuitoefenaar te worden. De leerling weet nog niet altijd wat hem drijft, waarvoor hij gaat. De docent zal deze drijfveren bij de leerling naar boven moeten halen.
 
Drijfveren van leerlingen naar boven halen is niet eenvoudig. Een leerling bevindt zich ten opzichte van de docent altijd in een afhankelijkheidspositie. Een docent is een meerdere, hoe dan ook. Door positie, door leeftijd en ervaring. Een leerling binnen zo'n positie tot 'echte' uitspraken te laten komen over wat hem drijft, is mogelijk als het gesprek werkelijk aangegaan wordt. Luisteren in plaats van praten, aandacht, niet invullen, eerst volgen en dan nadenken over wat er gezegd is. Praktijkervaringen op laten doen en hierover reflecteren. Vanuit de ervaring van de leerling kan de keus gemaakt worden. Als die leerling tenminste kan begrijpen wat de ervaring voor en met hem doet. Past de ervaring bij hem, bij het soort mens dat hij is? Een belangrijke vraag die moet leiden tot een keuze. Een keuze die meer recht doet aan de leerling, het onderwijs en de docent. Pas dan wordt duidelijk wat nodig is om te komen waar je wilt zijn. En jij, docent, ben jij nu daar waar je wilt zijn? Waarom was je ook alweer docent geworden?