Dyslexie staat goed onderwijs niet in de weg

12 november 2008
 
Elke school heeft er mee te maken: leerlingen die last hebben van dyslexie, van woordblindheid. Dat is ook wel verklaarbaar want dyslexie komt bij ongeveer vier procent van de bevolking voor en is daarmee de meest voorkomende leerstoornis in Nederland. Het is bekend: kinderen met dyslexie herkennen woorden niet. Ze hebben er moeite mee om van letters één woord te maken en om van woorden een zin te maken. Daarom is het voor hen moeilijk te begrijpen wat er in een zin staat.
 
Leerlingen maken steeds zelfstandiger gebruik van informatiebronnen. Bij kinderen met dyslexie is dit een moeilijk punt. Vaak hebben zij moeite met het niveau van de teksten en de grote hoeveelheid aan de teksten die zij qua intelligentie wel aankunnen. Om hun zelfredzaamheid te vergroten, zijn speciale maatregelen en hulpmiddelen noodzakelijk. Deze versterken het gevoel van eigenwaarde en motiveren de leerlingen om te blijven lezen en schrijven. En zo kunnen ook zij het type onderwijs volgen dat recht doet aan hun capaciteiten.
 
Een verhaal uit de praktijk:
Het aantal leerlingen met dyslexie groeit en tijdens de les konden zij tot voor kort niet altijd goed meekomen. Richard Topelen, docent aan De Catamaran, school voor Praktijkonderwijs in Stadskanaal, vertelt. 'We waren al een poosje op zoek naar een goed systeem om hiermee om te gaan. In deze tijd van digitalisering is er natuurlijk steeds meer mogelijk.' En in die richting werd de oplossing dan ook gevonden. Sinds dit jaar is een leerling in de klas met een koptelefoon op geen ongewoon gezicht meer. Het programma SprintPlus leest de lesstof voor aan de leerling. Via het beeldscherm van de computer en via zijn normale lesboek kan hij meelezen en oefeningen maken.
 
Is het echt zo eenvoudig? Richard lacht: 'Haha, het is natuurlijk voor iedereen best even wennen, niet in de laatste plaats voor de docent. Gelukkig hadden we hier in elk lokaal al een pc met netwerkverbinding staan waarop we het programma konden installeren.' Vorig schooljaar heeft de school de software aangeschaft. 'We hebben meerdere programma's overwogen. SprintPlus vinden we eenvoudig om mee te werken. Ook hebben we sterk gelet op de verschillende stemmen.' Nadat de school de software had geïnstalleerd, was er nog de vraag hoe het materiaal van PrOmotie hier in kon worden gezet. 'Al die titels inscannen of overtypen was geen optie, niet in de laatste plaats omdat dit vanwege copyright niet mag.'
 
 
De school zocht contact met Edu'Actief, uitgever van onder meer PrOmotie. Uitgeverij en school hebben samen naar de mogelijkheden gekeken. Nu neemt de school per leerling een licentie af voor het gebruik van PrOmotie in pdf-vorm. Deze pdf-bestanden worden ingelezen in de software. Ideaal, want zo is de opmaak inclusief paginalengte en plaatjes hetzelfde als in de gedrukte versie van het lesmateriaal. 'Geen gezoek dus als ze opdrachten moeten maken of de switch willen maken naar het boek. Het ziet er net zo aantrekkelijk uit.'
 
 
Tijdens de eerste test bleek wel dat het voorlezen van alle kop- en voetteksten met daarin keer op keer de titel en het paginanummer als storend werd ervaren door de leerling. Ook dat is nu aangepast. De uitgever van PrOmotie is inmiddels in gesprek met meerdere scholen die met SprintPlus willen gaan werken.
 
Richard: 'In het begin van het schooljaar heb ik een presentatie over SprintPlus gegeven voor het docententeam. Iedereen is enthousiast, ook de leerlingen en hun ouders, maar hoe het in de praktijk werkt, vergeet men wel eens. Af en toe word ik er nog bij geroepen als het opstarten niet wil lukken. Dan zoekt de docent bijvoorbeeld in de verkeerde systeemmap. Met een paar muisklikken is dat opgelost. Het blijft mensenwerk, hè?'
 
Meer weten?
Achtergronden en feiten over dyslexie
Dyslexie (ook wel woordblindheid) is een verzamelnaam voor aandoeningen die gepaard gaan met problemen met vooral geschreven taal. De term wordt gebruikt voor mensen met leesvaardigheden die lager zijn dan verwacht, gegeven hun intelligentie. Dyslexie heeft voornamelijk invloed op leesvaardigheid, spelling en woordenschat. Verder kan dyslexie ook invloed hebben op gehoor, spraak, schrijven en handschrift.
 
Dyslexie komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en er zijn sterke aanwijzingen dat het erfelijk is. De kans dat een jongen dyslectisch wordt als zijn vader het ook is, is wellicht vijftig procent. Bij meisjes ligt dat percentage iets lager. Kinderen met leesmoeilijkheden hebben vaak ook problemen als klachten over hoofdpijn en moeilijkheden met zien.
 
Dyslexie is een ontwikkelingsstoornis die personen van alle leeftijden betreft, maar de symptomen verschillen per leeftijd. In onderzoek bij kinderen met een erfelijk risico op dyslexie worden moeilijkheden met spraak en grammaticale ontwikkeling gemeld bij een leeftijd van dertig maanden, gevolgd door een tragere verwerving van de woordenschat gedurende de jaren voordat ze naar school gaan, resulterend in kennisachterstand van het alfabet bij jonge schoolkinderen.
 
Dyslexie toont zich in volle omvang bij kinderen in de schoolgaande leeftijd. Hoewel in de meeste gevallen de spraakwaarneming intact is, hebben dyslectische kinderen moeite om na te denken over gesproken woorden. Dat maakt het moeilijk om de verbinding te leggen tussen klanken en letters van gedrukte woorden. De meeste dyslectische kinderen hebben moeite met lezen, en bij het spellen zijn ze niet in staat woorden weer te geven. Hoewel dyslectische kinderen veel van hun problemen overwinnen, hebben ze later als volwassenen subtiele problemen met luisteren en lees- en schrijfvaardigheid.
 
Onderzoek heeft aangetoond dat dyslectische kinderen baat hebben bij training door middel van rijm en alliteratie, vooral wanneer dit gecombineerd wordt met het leren van letterklanken. Het is verkeerd om af te wachten en te zien hoe het kind zich ontwikkelt. Een vertraging bij het leren lezen kan snel veranderen in een aanzienlijke leesstoornis als er niets aan gedaan wordt
 
Bron: www.wikipedia.nl