"Bij de een leerde ik iets, bij een ander leerde ik wat af" - Jet Idkes

Mijn favoriete docent
Juffrouw Rijpkema

Ik heb, de kleuterschool meegerekend, 21 jaar op school gezeten. Diverse vervolgopleidingen in de vorm van bijscholing heb ik in die 21 jaar niet eens meegerekend, deze jaren zijn gewoon de ‘voltijds-op-school’ score. Zelf geef ik nu al weer een jaar of 18 les. Dat is makkelijk onthouden: ik ben het onderwijs in gegaan toen mijn oudste net geboren was. Die heeft sinds vorige week zijn rijbewijs.

In al die jaren ben ik veel docenten, leraren, juffen, profs, lectoren of hoe ze ook mochten heten, tegengekomen. Bij de een leerde ik iets, bij een ander leerde ik wat af. Er staan er mij nog een aantal bij alsof ik ze gisteren aanhoorde. De docent Duits van de MAVO, die omhoog kijkend altijd alle woorden spelde. “Ich übersetze…”. Of die man van Engels, met wie we eens een heel eerste uur hebben gepraat over de zonsopkomst, prachtig rood uit het raam te bewonderen. De lerares tekenen, die altijd al mijn kubussen afkeurde en die nu een goede kennis uit mijn netwerkclubje is. De leraar Nederlands, die het ‘te laat’ briefje van de conciërge verscheurde als je de vraag ‘van waar hinasie’ wist te beantwoorden met ‘heer, ik ben her- noch derwaats geweest’. Drie te laat briefjes was een uur terugkomen. De eikel van een decaan, die ooit tegen me zei dat ik de HAVO echt niet aan zou kunnen. Ha, die heb ik even wat laten zien zeg. Vier achten en twee negens, en keurig in twee jaar tijd. “Wist ik wel, maar ik moest je wakker schudden” zei hij later. Jaja. De lector algemene economie, die zo snel praatte dat hij vaak vergat adem te halen. Liep hij paars aan. De docent bestuursrecht, die van dat in de grond saaie vak wat leuks wist te maken door de stof te doorspekken met anekdotes. Als ik er een beetje moeite voor doe, kan ik bij elk leerjaar en elke docent nog wel een anekdote of herinnering ophalen. Aan velen van hen denk ik nog regelmatig. Zo wil ik ook zijn voor de klas. Of juist niet.

Mijn leerlingen hebben straks ook hun herinneringen aan mij. De een zal me als een kreng en een heks herinneren. Een ander zal mijn humor delen en daar dus aan terugdenken. Ik weet dat ik ze genoeg meegeef om me te herinneren. Als ik een boek uitleen, wil ik dat de lener ermee op de foto gaat. Die verwijder ik pas als ik het boek terug heb. Klassenlijsten met pasfoto’s plak ik in mijn agenda. Die ik overigens ook versier met van dat gezellige plakband. Ik geef les met een zandloper voor de klas; de een vind het stom, de ander handig. Op mijn whiteboards schrijf ik in minstens twee, maar liefst vier kleurtjes de aantekeningen. Ik heb altijd viltstiften en een schaar in mijn tas; je aantekeningen moet je vooral vrolijk houden. Ik heb een rol afplakband in mijn laatje: soms plak ik belangrijke mededelingen even op de klep van mijn laptop. ‘Ik heb een goede kleuterschool gehad’ zeg ik altijd als een leerling of een collega verbaasd naar mijn creatieve gefröbel kijkt. 

Juffrouw Rijpkema dus. Van de kleuterschool. Ik ben haar nog dagelijks dankbaar. 

- Jet Idkes, Scalda