Scholen worden door het Ministerie van Onderwijs gefinancierd op basis van leerlingenaantallen en diploma’s die uitgereikt worden. “Omdat er geen officiële staatsexamens zijn, is het verleidelijk om toch een diploma te geven, ook als er niet aan de gestelde eisen wordt voldaan,” zegt H. Leek, oud-docente Duits. Ook is de lijst met zeer zwakke scholen volgens haar nog veel te klein. “De Onderwijsinspectie gaat nooit een klaslokaal binnen, praat vooral met de bestuurders en kijkt alleen of de formulieren kloppen.”
Docenten zijn zeer kritisch over het niveau van het onderwijs op middelbare beroepsopleidingen. Met name de invoering van het competentiegerichte onderwijs is volgens hen de grote boosdoener. D. van den Heuvel, tot voor kort verbonden aan het ROC van Amsterdam, is bang dat het hele onderwijs niet meer te redden is. “Niemand definieert wat goed onderwijs precies is,” zegt ze.
Voor Sem Jongsma was zijn bouwopleiding aan het ROC van Amsterdam meer een soort buurthuis waar jeugd rondhing en geen enkele controle was. “Bij de invoering van het competentiegericht leren werd gezegd: “Jij bent degene die het tempo bepaalt – als je niet komt dan kom je niet.” Dat vonden wij helemaal geweldig als jonge pubertjes.” Het verzuim is door deze vorm van onderwijs enorm toegenomen, ziet H. Krauwel, hoofd bureau leerplicht van de gemeente Amsterdam. Toen hij twee jaar geleden begon met het in kaart brengen van het verzuim trof hij opleidingen aan waar negentig procent niet aanwezig was. “Ik heb klassen gezien met één of twee leerlingen én klassen die er in zijn geheel niet waren.”
Bron: www.zembla.vara.nl.